Woofing in Frankrijk

Ik had mijn Engelse en Ierse maten leren kennen in Antwerpen, hen bij mij thuis laten logeren en twee dagen mee door Brussel getrokken. Maar nu waren we een paar weken verder, en ik zat op de trein naar Frankrijk. Mijn bazin had ik verteld dat ik een tijdje niet ging komen werken en mijn kat had ik bij een maat afgezet. Mijn rugzak was gepakt voor een maand en bevatte een tent, wat kampeergerief, treintickets, 100 euro en een hoopje kleren. Ik had m’n fiets meegenomen en was helemaal klaar voor een avontuur. Ik zou aan Woofing gaan doen in Frankrijk met een paar maten die ik amper eventjes ervoor had leren kennen.

Woofing, volgens Urban Dictionary, is “wanneer je als jongere alle materiële bezittingen verwerpt, de wereld rondreist en op biologische boerderijen gaat werken voor de World Wide Opportunities on Organic Farms organisation. De jongeren betalen voor het vliegticket, maar hebben dan gratis kost en inwoon in ruil voor ‘rugbrekende arbeid’ op een biologische boerderij.” In mijn geval had ik een treinticket gekocht, en ik was op weg naar een koeienboerderij in Frankrijk. Mijn Britse maten waren daar al twee weken aan het werk ondertussen. Toen ik hen tegen kwam in Antwerpen waren ze met de fiets door Europa aan het reizen, maar nu het winter werd wilden ze ergens settelen tot de temperaturen terug stegen.

De trein had net de grens over gestoken. Ik staarde naar de roma-kampen in de spoorwegberm: ik was bijna in Lille. Daar zou ik moeten overstappen naar Parijs en vandaar een trein nemen naar Normandië, een hachelijker onderneming dan ik op voorhand gedacht had.

“Hoe bedoel je, ik kan niet met de fiets op de tgv? Volgens de website wel?”
Ik was in de war. De vrouw achter het loket in Lille-Flandres bekeek me ongeïnteresseerd:
“Nee meneer, u moet uw fiets demonteren en in een zak doen.”
Gedesillusioneerd droop ik af. Ik kon nog net denken: “Wat een fantastische wereldreiziger ben je toch Famo, je geraakt net over de grens en je zit al vast.”
Ik besloot eens een kijkje te nemen in de Go-Sport om de hoek van het station; ik wilde eens horen hoeveel een fietshoes me zou kosten maar ging al snel met lege handen terug naar het station toen ik de prijs ervan hoorde. Zou ik stranden in Lille? Ik begon al plannen te maken om gewoon de rest van de weg te fietsen, ik had tenslotte toch een tent en kampeergerief bij. Maar eerst besloot ik de train manager van de tgv die ik wilde nemen aan te spreken.
“Natuurlijk nemen wij fietsen mee op deze tgv, dat staat zo op onze website! Wat voor biljet hebt u?”
Ik legde uit waarom ik geen ticket had gekregen aan het loket. Hij was niet echt hulpvaardig in zijn antwoord:
“Sorry meneer, zonder vervoersbewijs kan u niet meereizen. Bovendien vertrekt deze trein over anderhalve minuut.”
Ik voelde me als Asterix die de vrijgeleide A38 diende te bemachtigen, ik werd er een beetje wanhopig van. Ik draaide m’n fiets om en ging terug naar de loketten. Ik zocht een ander loket uit en probeerde opnieuw. Ditmaal had ik succes, en kreeg ik zonder probleem een ticket voor de tgv van twee uur later. M’n opperbest humeur had eventjes een dipje gekregen maar ik besloot het me verder niet aan te trekken. Een paar uur later fietste ik half Parijs door op weg naar het volgende station waar ik zonder problemen de Intercity-trein naar Normandië kon nemen.

De boerderij

Een paar uur later was het zo ver, ik was aangekomen in het mooie Normandië. Ik werd opgewacht door m’n maten die ik enkele weken daarvoor nog had achter gelaten. Ze woonden nu al twee weken in de boerderij, en het leven beviel hen wel. Ik kreeg een paar botten toegewezen en kreeg een rondleiding op de biologische boerderij: er waren de prachtige bruine koeien die leefden in een gigantische wei en een grote stal, er was het huis waar de boer woonde met zijn gezin. Er was de bouwvallige schuur met een zolder vol boeken en er was natuurlijk de caravan waar mijn maten in woonden. Het was die caravan waar ik de komende maand zou verblijven. De caravan was niet luxueus, integendeel. Maar we hadden elektrische verwarming, een tafeltje met banken die ook dienst deden als bed, een klein keukentje dat we nooit gebruikten en bovenal een krappe maar heerlijk warme douche. Je moet weten dat we ondertussen eind oktober waren, en alles wat een beetje warmte gaf was welkom. In deze caravan voelde ik me meteen thuis.

Ik werd voorgesteld aan Rowland, de boer. Hij was een Engelsman die verhuisd was naar Frankrijk en hier leefde met zijn oudste zoon en dochter die gedurende de week op internaat zaten. Hij was een echte Brit, zo een man die enkel spreekt waar nodig en nooit een woord te veel gebruikt. Het was moeilijk om te lezen wat hij dacht, maar ik leerde hem beter kennen en respecteerde hem na een tijdje echt (de moment dat we over geestesverschijningen praatten aan tafel zal me altijd bij blijven, alsook de moment dat we naar het dichtstbijzijnde stadje trokken om Belgische bieren te proeven).
Die avond dineerden we met velen want ook zijn ex-vrouw en jongste zoontje was op bezoek uit het Verenigd Koninkrijk. Met z’n negenen aan een tafel die er misschien niet helemaal op berekend was voelde ik me een beetje overweldigd. Waar was ik aan begonnen? Wilde die boer wel dat ik op zijn boerderij kwam helpen? Tenslotte had hij drie jongeren gevraagd en mij er als vierde gewoon bijgekregen omdat het al zo afgesproken was. Wat kon ik bijbrengen? Ik had nog nooit een koe van dichtbij gezien. En wat deed ik hier eigenlijk bij deze familie aan tafel, mensen die ik van haar nog pluim kende en familiale discussies voerden?
“Zo, dus je komt van België. We zeggen vaak dat dat geen echt land is. Tenslotte eten jullie paarden op!” Hilariteit alom, het ijs was gebroken. Dit zou goed komen.

Fietstocht naar Mont-Saint-Michel

Matt, William, Mark en ikzelf vertrokken de volgende dag eerst voor drie dagen op vakantie. We fietsten naar Mont Saint Michel, een rotsachtig getijdeneiland met een middeleeuwse abdij op. Dit UNESCO-werelderfgoed heeft jammer genoeg heel wat authenticiteit verloren door de disneyficatie ervan, maar het blijft prachtig om te bekijken. We sliepen onderweg in onze tentjes, we aten baguette met Franse kaas, we dronken wijn en we waren gelukkig.

De derde dag reden Mark en ik achteraan toen ik een platte band kreeg. De rest was al doorgereden en we besloten achter te blijven om deze band te repareren. Als je mij een beetje kent weet je dat ik twee linkerhanden heb, maar gelukkig kwam een hulpvaardige buurtbewoner me helpen om mijn band te plakken. Ergens reden we vervolgens verkeerd. We strandden in een klein dorpje en belden aan voor hulp. Een hele Franse familie was aan het genieten van het verlengde weekend en nodigde ons onmiddellijk uit aan hun feesttafel. Ik neem aan dat we na drie dagen wildkamperen wel een licht onaangename lijfgeur aan het verspreiden waren maar blijkbaar was die niet aanstootgevend genoeg om ons te weigeren. Ze toonden ons op de kaart waar we waren en lieten ons hun vaste telefoon gebruiken. Oh wat mis ik soms het pre-smartphone-tijdperk toen je nog kon verdwalen en wildvreemden je alle hulp gaven die ze konden geven. De maaltijd was episch maar we moesten afscheid nemen toen William ons kwam oppikken in Rowland’s Renault Express. De gastvrijheid van die avond zal met altijd bijblijven, alsook de politiepatrouille die ons even later aan de kant zette.

“Vos papiers s’il-vous-plait?”
Het zweet brak uit bij m’n maat William, hij had zijn rijbewijs niet meegenomen naar Frankrijk en noch Mark, noch ikzelf hadden al ooit achter het stuur van een wagen gezeten.
Ik was als enige van het gezelschap die de taal van Voltaire machtig was aangewezen om te tolken:
“Zijn rijbewijs wacht nog op hem in het postkantoor, het is recent opgestuurd omdat hij het vergeten was.”
Ik loog als de beste, Pinokkio zou jaloers zijn. De gendarmes begonnen vragen te stellen:
“Van wie is deze auto, wie zijn jullie, waar verblijven jullie?”
Dit keer antwoordde ik naar waarheid. Dat de wagen van een boer was, dat we daar verbleven, wat het adres was enzovoorts. De gardevilles twijfelden wat ze met ons zouden aanvangen.
“We volgen u naar de boerderij, zodat we kunnen controleren of uw verhaal klopt.”
Tien kilometer reden we nog door het duistere Normandische landschap tot we aankwamen aan onze boerderij. We wilden Rowland niet wakker maken want boeren moeten vroeg opstaan. De gendarmes waren tevreden met deze uitleg en dropen af. We hebben er nooit meer iets van gehoord, blijkbaar is ook voor een Franse flik papierwerk absoluut te vermijden, en kan je drie zielige verdwaalde jonge snaken maar beter niet te veel lastig vallen.

Een dag op de boerderij

Veel werk was er niet voor mij, ik had geen ervaring in het boerenleven en hield me dan ook meestal bezig met koken, het huis kuisen of de tractor proper maken. Maar toch deed ik ook enorm veel ervaring op met andere dingen: zo hadden we een keer enorm veel plezier met een combinatie van kettingzagen en bomen, plukten we appels in de boomgaard om deze later te verwerken tot apple-crumble, spendeerde ik een hele dag aan het zoeken van het gat in de schrikdraad rond het enorme domein en waren we twee dagen bezig met het verwijderen van een monstrueuze braamstruik die te veel terrein gewonnen had.

In onze vrije tijd dronken we van de zelfgemaakte appelcider die stiekem zo zuur was dat we er limonade bij kapten, we maakten muziek of speelden kaartspelletjes met de zoon des huizes, we aten van het heerlijke huisgemaakte brood met de beste Franse kazen, we lazen boeken die we vonden op de grote boekenzolder en we leefden als een god in Frankrijk, maar dan wel een god die moet werken voor zijn voedsel.
Uiteraard liep niet alles perfect, we hadden onze kleine conflicten en onenigheden, maar ik voelde me fantastisch bij deze groep vrienden.
Aangezien William ervaring had op boerderijen was hij meestal degene die opgevorderd werd om te werken, maar ook ik probeerde af en toe dingen te doen. De taalbarrière was soms wel een probleem, mijn Engels was toen nog niet zo goed en ik snapte niet altijd alle instructies. Maar deze plooien werden uiteindelijk ook gladgestreken.

Een dag op de boerderij begon om 6u ’s morgens als de koeien eten en drinken moesten krijgen. Ik was geen ochtendmens en achteraf gezien heb ik spijt dat ik niet meer verantwoordelijkheid heb genomen af en toe want meestal waren het de anderen die opstonden.
Overdag deden we een variëteit aan taken, en ’s avonds werd er meestal gekookt door ons. Matt’s curry blijft me nog steeds bij als de meest pikante die ik ooit heb gegeten, en als echte Fransmannen aten we na het diner een selectie van kazen.
Na de avondlijke ontspanning viel ik als een blok in slaap op de zetel van de caravan, waar een fotootje van de Antwerpse kathedraal boven mijn hoofd me deed denken aan thuis.

Koeien hoeden

Op een dag kregen we de opdracht om koeien te hoeden. Koeien hoeden blijkt gevaarlijk te zijn als je niet voorzichtig bent, de vraag werd ons namelijk gesteld of we allen een ziekteverzekering hadden. Ik had er niet bij stilgestaan, maar  volgens Google weegt zo’n volwassen koebeest tussen de 600 en 1000 kg, en als je daar per ongeluk onder beland kunnen de gevolgen wel eens minder mooi zijn.
De runderen die op deze boerderij rondliepen waren van een mij onbekend merk, maar het waren prachtige bruine beesten, niet de smakeloze Bleu Blanc Belge variant die wij in België overal zien. Ze werden gefokt met het oog op vleesproductie, en naast de meer dan honderd koeien en kalfjes waren er ook twee stieren die apart zaten.

De instructies waren duidelijk: runderen zijn domme kuddebeesten die gemakkelijk schrikken. Ik wilde niet eindigen als een door een kudde gnoes vertrappelde Mufasa en luisterde aandachtig. We kregen een lange stok, als we die horizontaal hielden leken we groter dan de koe, en zou die achteruit moeten gaan. Bella houdt niet van onverwachte bewegingen en we kregen de raad altijd voorzichtig rond te draaien en te stappen.

De bedoeling was dat we de koeien naar binnen zouden hoeden opdat we kalfjes konden selecteren die verkocht zouden worden. Met een lang touw en goed groepswerk maakten we het veld kleiner en kleiner tot we met onze horizontale stokken de beesten door een soort van koesluis naar binnen kregen. Het klinkt simpeler dan het was, want de wandelende biefstukken hadden vaak een eigen wil. Zo was er een koe die dacht dat ze over een hek kon springen, maar daarbij jammer genoeg met haar achterpoten vast kwam te zitten. Het was een triest zicht om te zien hoe het beestje half verpletterd onder het eigen gewicht neerlag met de achterpoten omhoog. Na goed teamwork en het gebruiken van een vorklift kregen we het hek los, en terwijl het bevrijde rund weg dartelde meende ik een mengeling van angst en dankbaarheid te ontwaren in haar blik.

Na een dag hard werken hadden we de te verkopen kalfjes geselecteerd en in een aparte stal gezet, ons werk zat erop.

de terugkeer

Tijdens deze periode kwam ook mijn papa me even bezoeken, en toen die twee dagen later terug naar huis ging nam hij ons nog even mee tot Caen in de auto. Van daaruit namen we de trein naar Parijs waar we in een tentje in het park een week als clochards leefden, ruzie hadden met schorremorrie uit de banlieue en uiteindelijk met een bende rastafari een ganse nacht tussen de wietdampen naar reggaemuziek luisterden, maar dat is een verhaal voor een andere keer.

De terugkeer naar huis was moeilijk. Ik nam afscheid van iedereen, en zette mijn fiets op de trein. Na de gebruikelijke moeilijkheden van treinbegeleiders die lastig deden over mijn fiets ondanks het correcte vervoersbewijs kwam ik thuis als een andere mens. Een tijdje leven zonder luxe of tv had me veranderd, en ik leerde de waarde van het buitenleven kennen. Meer dan een maand leefde ik op het ritme van de zon, en ondanks het feit dat ik slechts een fiets, tent, enkele kampeerspullen en 100 euro had voelde ik me rijker dan ooit.

Deze reis plantte een zaadje bij mij. De tien jaar die erop volgden dacht ik vaak terug aan het moment dat ik het gelukkigste was: toen ik zonder geld of spullen vrienden maakte voor het leven. Tien jaar later heb ik het besluit genomen om terug zo te leven, binnenkort vertrek ik voor een jaar op wereldreis.

Dank je Matthew, William en Mark om me deze wijze levensles te leren.

2 replies

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] zie je maar: reizen hoeft niet duur te zijn. Ik heb ooit een maand door Frankrijk gereisd, en spendeerde in totaal 100 euro! Heb jij nog tips? Laat ze achter in een comment onderaan de pagina, ik ben […]

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.